gallery/streekbeheer

Knotbomen snoeien

Knotbomen maken in principe alleen nog maar zogenaamd waterlot, snelgroeiende rechtopgaande takken. Wordt de boom niet op tijd geknot dan kan de stam door het gewicht van de takken gaan scheuren. Knot de boom dan ook minimaal om de vijf jaar. Verwijder alle takken tot op de knot. Laat geen stukjes tak staan, het wordt dan steeds moeilijker om de boom goed te knotten. Knot vanaf eind november tot eind februari. Eind november is het blad van de boom en zijn de bladsuikers opgeslagen in het oude hout. Dat geeft de boom energie om weer uit te lopen in het voorjaar.

gallery/streekbeheer-knotwilgen

Knotbomen & scheerheggen

Knotbomen zijn oeroude Nederlandse landschapselementen, die vroeger voornamelijk werden aangeplant als geriefhout. Van de lange, soepele takken vlocht men allerlei gebruiksvoorwerpen, afscheidingen en beschoeiingen. De bomen werden langs waterlopen geplant om oevers te verstevigen en voor beschutting van het vee. De meest bekende soort is de knotwilg, maar ook de es, eik, els, populier, linde, moerbei en zelfs de plataan vormen markante knotbomen. Tegenwoordig worden knotbomen aangeplant om hun cultuurhistorische en enorme ecologische waarde. Voornamelijk de inheemse, oudere bomen - zoals wilg, es, eik, linde en els - herbergen talloze planten en dieren. Denk aan grassen, mossen, varens, paddenstoelen, uilen, kleine knaagdieren en insecten. Ook diverse soorten vleermuizen vinden woongelegenheid in de holtes van oude knotbomen.

Heggen maken al eeuwen onderdeel uit van het Nederlandse cultuurlandschap. Ze komen overal voor, maar zijn vooral te vinden rondom boomgaarden bij boerderijen. In het Maasheggengebied is de knip- en scheerheg (die daar van oudsher veel gevlochten wordt) een bijzonder karakteristiek element. Knip- en scheerheggen zijn van belang voor de biodiversiteit onder meer vanwege de nestgelegenheid voor struweelvogels, zoals de braamsluiper en kneu. Ook zijn ze leefgebied voor vele soorten insecten, die weer als voedselbron dienen voor vleermuissoorten als de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger. De heggen worden door vleermuizen ook gebruikt als oriëntatiestructuur en door kleine zoogdieren om te foerageren en als veilige dekking.

fruitboomgaarden
uilenkasten
botanisch weiland
ANLb deelnemers
klompenpaden
struweel
akkerranden
knotbomen & scheerheggen
waterranden
streekproducten

Heggen knippen/scheren

Er zijn veel verschillende soorten heggen en ieder heeft zijn eigen gewenste uiterlijk en daarmee gepaard gaand beheer. Gaat het om een strakke haag van bijvoorbeeld beuk of veldesdoorn? Scheer dan twee keer per jaar. De eerste keer in juni voor de langste dag. Na 21 juni vormt zich het zogenaamde Sint-Janslot, de tweede groei van het seizoen. Snoei de tweede keer in september, ook voor de 21e. Na deze datum gaat de heg knoppen activeren voor het groeiseizoen van het volgende jaar.

Mag de heg wilder of rommeliger zijn, bijvoorbeeld meidoorn of sleedoorn, snoei dan eens per jaar in augustus. Denk ook aan de bloei van de heg. Laat de heg helemaal uitbloeien voor het snoeien, zodat insecten er maximaal profijt van hebben. Bovendien is de vruchtzetting dan goed te zien en kan er gesnoeid worden met oog op een goede vruchtdracht. Ook dat bevordert de biodiversiteit.

Heeft u knotbomen in ons werkgebied of bent u geïnteresseerd in de aanleg van een scheerheg? Neem dan contact met ons op.

 

 

gallery/streekbeheer-knotbomen-scheerheggen